‘Quality for Society’ betekent dat je met een brede blik naar onderwijs en onderzoek kijkt. Natuurlijk gaat het om het aanbod en studenten. Maar het gaat ook over de bijdrage aan maatschappelijk opgaven die jullie als hogeschool samen met maatschappelijke partners en andere kennisinstellingen weten te realiseren. De taal die jij en die jullie samen gebruiken, laat iets zien van de achterliggende reikwijdte in gedachten, gesprekken, documenten en uitingen.
De meest voorkomende beperkingen in taal die we tegenkomen:
> Hogescholen doen niet alleen aan onderwijs, maar ook aan onderzoek.
> Hoger beroepsonderwijs wordt niet alleen verzorgd door bekostigde instellingen, maar ook door particuliere aanbieders.
> Onderwijs bestaat niet alleen uit geaccrediteerde opleidingen, maar ook uit cursorisch/modulair onderwijs.
> Studenten zijn niet alleen schoolverlaters, maar ook professionals die via geaccrediteerd of cursorisch onderwijs een stap willen zetten in hun loopbaan.
Het frame in de communicatie is vaak ‘bachelor voltijd’, en dat klopt meestal nog steeds (zie kader hieronder). Maar de ambities van hogescholen zijn breder: zij willen met onderwijs en onderzoek bijdragen aan de maatschappelijke opgave van een leven lang ontwikkelen (LLO). Ze richten zich dus in toenemende mate ook op deeltijd/duale studenten die hun initiële vorming al achter de rug hebben. En zoeken daarbij naar de verbinding van onderwijs en onderzoek.
De Branchecode Goed bestuur en toezicht in het hbo benadrukt meer dan voorheen het belang van de maatschappelijke opdracht van het hbo. In de gebruikte taal lijkt de code voor bestuurders en toezichthouders zich vaak exclusief te richten op schoolverlaters. We lezen bijvoorbeeld op pagina 2 dat hogescholen “zoeken [naar] aansluiting bij de behoefte van werkgevers en organisaties waar hun studenten werk zullen vinden.” Op de website van een nieuwsorgaan van een hogeschool lezen we: “Met een vast ritme en minder tussenuren kunnen studenten [-] beter vooruitplannen, bijvoorbeeld voor hun baantje.”
Aan het hbo studeerden in het studiejaar 2025-2026 zo’n 440.000 studenten. Een merendeel van 90% als bachelorstudent, 7% als Ad’er en 3% als masterstudent. Bekend is dat hier een verschuiving aan het plaatsvinden is: minder bachelors en vooral meer (deeltijd) Ad’ers en masters. De voltijdstudenten (meestal middelbare schoolverlaters) zijn met 87% in de meerderheid. Deeltijdstudenten (inclusief duaal) vertegenwoordigen 13% van alle studenten. Uh, alle studenten? Nee: in de reguliere tellingen worden studenten van het cursorisch onderwijs niet meegerekend. Bron: OCW.

